In het Nederlands gebruiken we vaak positiewerkwoorden om te zeggen waar iets is.
Bijvoorbeeld:
Je kunt deze werkwoorden op nog veel andere manieren gebruiken. Als je daarover wilt leren, bekijk dan deze video:
Met het duratief kun je zeggen wat je aan het doen bent (what you're doing).
Dat kan met de "aan het + infinitief-constructie" maar ook met positiewerkwoorden (zitten, liggen, staan + te + infinitief).
Bijvoorbeeld:
Vraag: "Wat ben je aan het doen?" (What are you doing?)
Antwoord: "Ik ben aan het lezen." / "Ik zit te lezen." (Both = I am reading.)
Wil je daar nog meer over leren? Bekijk dan deze video!