🧠 Grammatica: scheidbare & afgeleide werkwoorden
1. Scheidbare werkwoorden
In les 2 zagen we een aantal scheidbare werkwoorden, zoals: opstijgen, inpakken, uitstappen, overstappen, meenemen, etc.
Als je meer wilt leren over hoe je zulke werkwoorden vervoegt, kijk dan deze video.
(En als je meer wilt oefenen met scheidbare werkwoorden dan kan dat in de A2 - Dutch for Intermediates cursus!)
2. Afgeleide werkwoorden
Naast scheidbare werkwoorden zijn er ook afgeleide werkwoorden. Die scheiden niet. Een voorbeeld was vertrekken in les 2.
Afgeleide werkwoorden beginnen altijd met ge, ver, be, her of ont.
Wil je hier meer over leren? Kijk dan deze video.
(En als je meer wilt oefenen dan kan dat hier in de B1 - Dutch for higher intermediates course!)