20. Werkwoorden voor "to stay/be somewhere": ZIJN, VERBLIJVEN, ZICH BEVINDEN, VERTOEVEN, UITHANGEN

Possible answers:









  • De man is op het strand.
  • De man bevindt zich op het strand.
  • De man vertoeft op het strand.
  • De man hangt op het strand uit.

*Verblijven is not really possible here unless he's spending the night there.

Complete and Continue